Wereldwijd wonen: een museale woonomgeving

Op regelmatige basis schrijft Bloem en Lemstra Architecten een artikel over een woning of een woonvorm. Soms dichtbij huis, soms ver weg, maar altijd gebaseerd op eigen bevindingen.

 

Minimalisme

Na ruim een uur gereden te hebben vanaf Manhatten raken we verstrikt in de op elkaar lijkende straten van New Canaan in Connecticut. We spreken een agente aan en vragen in ons Cockney Engels naar ‘the glass house’. Ze kijkt ons vragend aan en zegt: ‘oh you mean the glèsssshouse’ en wijst ons de weg.

Het minimalistische Glass house van Philip Jonhson is gebouwd in 1949 en was geïnspireerd op het Farnsworth house van Mies van der Rohe. Johnson bouwde het voor zichzelf en woonde erin tot zijn dood in 2005.

Met veel ontzag keek ik altijd naar afbeeldingen van het glass house. Niet uitsluitend om de perfectie van het minimalisme in zijn tijdsbeeld, maar vooral ook denkend aan de doorzetter die zijn leven lang in deze museale habitat gebivakkeerd heeft.

Het glass house kan betreden worden via een opstapje naar een deur aan de lange zijde, waarna je binnenkomt in de luwte van een baksteen cilinder. Deze cilinder herbergt binnenin een toilet en douche en aan de achterzijde een openhaard bij het zitgedeelte. Daarnaast zijn er twee houten roomdividers, de een herbergt de keuken, de ander markeert een ruimte voor een slaapgedeelte. Rondom is het glas van vloer tot plafond doorgezet, terwijl het dak door acht staalprofielen wordt gedragen. De cilinder voorkomt dat er in de gevel stabiliteitskruizen nodig zijn. Opmerkelijk is dat door het ontbreken van binnen- en buitenwanden kunst niet op de gebruikelijke manier aan de wand geëtaleerd kan worden. Een element dat wat weg heeft van een schoolbord biedt in het glass house de mogelijkheid toch vanuit de zithoek van kunst te kunnen genieten. Zaken die daarnaast opvallen zijn; de klinkertjes die zowel de plint aan de buitenzijde als de vloerafwerking binnen vormen en het vrijwel geheel ontbreken van binnenverlichting, slechts 3 vloer/tafellampen zorgen voor een sfeervol avondbeeld.

Het terrein van Johnson blijkt immens te zijn, zo’n 19 hectare groot. In totaal staan er 14 architectonische elementen die in de loop der jaren op het terrein gebouwd zijn. Tegenover het glass house staat vrijwel z’n inverse: het brick house. Dit zeer gesloten bakstenen bouwwerk heeft een soort 1000 en 1 nacht interieur met staat te boek als gastenverblijf, al wordt gezegd dat Johnson hier geregeld een dutje kwam doen.

In 1980 bouwde Johnson ‘the study’. Een postmoderne versie van een klein kasteeltje, uitgevoerd in een monoliete stucvorm. Als laatste in 1995 werd wellicht het meest merkwaardige gebouw: da monsta, gebouwd. Johnson maakte dit in een onvervalste Frank Gehrystijl die overigens ook een vriend van hem was. Het was bedoeld als entreegebouw voor het terrein. Verder is er een ondergrondse tentoonstellingsruimte voor schilderijen en een beeldenpaviljoen.

Mijn gevoel na het aanschouwen van alle bouwwerken op het terrein is ambivalent. Enerzijds is er een lichte teleurstelling dat het ultiem minimalistische gebouw niet echt als zodanig bewoond werd. Johnson kon zich immers terugtrekken in zijn gesloten studeerpaviljoen of in het brickhouse, anderzijds is dit wellicht ook een kleine geruststelling. Als de meester zelf niet zo kan wonen, is dit ultieme minimalisme dan wel geschikt voor algemeen gebruik?

Het glass house is onmiskenbaar wonderschoon en op diverse punten geniaal. Voor ons is dit dan ook een grote inspiratie met name op het gebied van het minimalisme in woonhuizen. Ons uitgangspunt is echter dat wij altijd proberen dat onze ontwerpen modern, maar ook warm en leefbaar zijn.

Share